|
Evyenía Fakínou -- De grote groene
[uitverkocht]
Wanneer de oude
Egyptenaren over de zee spraken, zeiden ze: de grote groene. De oude Egyptenaren
voeren wel over de Nijl, maar ze waren bang voor de grote, groene open
zee.
Ze durfden niet.
Nooit zijn het zeevaarders geworden. Handel en scheepvaart lieten ze aan de
Kretenzers over.
De grote groene is
de uitdaging die we nooit hebben aanvaard.
Alle gewaagde
ideeën die we nooit hebben verwezenlijkt.
Alle avontuurlijke
reizen die we niet hebben gemaakt.
Alle liefdes
waarvan we hebben gedroomd.
De grote groene is
de hoop dat we eens zullen durven.
Evjenía Fakínou
werd in 1945 geboren in Alexandrië. Na een studie grafische kunsten en een
gidsenopleiding in Athene was ze tot 1974 werkzaam als gids. Vervolgens leerde
ze in Belgrado de kunst van het poppenspeltheater; in 1976 richtte ze het eerste
poppenspeltheater in Athene op, waarmee ze vijf jaar zou blijven werken. In 1977
verscheen haar eerste kinderboek, het begin van een lange reeks.
In 1982 verscheen
ook haar eerste `gewone' roman, Astradení, over een klein eilandmeisje
dat met haar familie in de stad Athene terechtkomt. Intussen zijn er in totaal
zes romans van Fakínou verschenen, die alle veel succes hadden in Griekenland en
nog steeds herdruk op herdruk beleven; De grote groene is haar derde, uit
1987. Haar man, Michalis Fakínos, is eveneens een bekend prozaschrijver.
In Fakínou's
romans ontmoeten we steeds weer de tegenstelling grote stad-platteland, het
moderne tegenover het traditionele leven, de onderdrukking van de
persoonlijkheid, de zoektocht naar een identiteit, naar de verloren droom -- en
dan in het bijzonder van de vrouw. In de reeks Grieks Proza zijn van Fakínou ook
nog verschenen de romans Het zevende kleed (zie Grieks Proza nr. 7) en
Meropi was het voorwendsel (zie Grieks Proza nr. 13).
Evjenía Fakínou,
De grote groene (roman; vertaling Hero Hokwerda, 1995, ISBN 90 72371 95 X,
112 p.; uitverkocht) [uitverkocht]
|